vrijdag 30 januari 2009

Boos om "BI betaalt zich bijna nooit terug" kop in Computable



In de Computable van vrijdag 30 januari staat de bovenstaande 'prikkelende' titel.

In het 'artikel' staat dat, and I quote, "
Het is praktisch onmogelijk om als organisatie groot financieel succes te behalen met behulp van business intelligence (BI). Dat constateert advies- en onderzoeksbureau Passionned uit een analyse van landelijk BI-onderzoek.

Uit een analyse van landelijk onderzoek in 2006, 2007 en 2008 blijkt dat organisaties maar zeer beperkt financieel succes behalen met behulp van business intelligence (BI). Slechts 6,6 procent van de onderzochte organisaties wist daadwerkelijk bedrijfsbreed een aantoonbaar return on investement (ROI) te realiseren." End quote.


Ik voelde we enigszins een kramp in de maagstreek doorlopend tot de hersenkwab links onder mijn rechteroorlel. Dat is omdat ik het weliswaar enigszins eens ben met de stelling dat de het behalen van beoogde doelen, ook financieel, van inzet van BI tools vaak moeilijk haalbaar en zichtbaar zijn ...

maar (die zat er aan te komen)

de kop het gevoel geeft dat alle goede initiatieven, inspanningen, slimme oplossingen, wél geslaagde projecten, vele jaren bloed, zweet en tranen die door allerlei mensen in vele rollen zijn gestopt in informatievoorziening volledig waardeloos zijn. Vraag maar eens aan Egbert Dijkstra van AH of hij vindt dat het DWH daar een bijdrage levert.

En daar werd ik behoorlijk ummm pissig van.

Mijn commentaar op het artikel heb ik, voor wat het waard is, hieronder gezet. Kom maar, kom maar...

"Ah, een onderzoek. Begrijp me niet verkeerd, het is goed dat er onderzoek gedaan wordt. Daarmee krijg je tenslotte inzicht. Inzicht dat je anders niet had gehad. Daarbij zul je inderdaad, zoals andere comments al aangeven, goed moeten kijken naar de details van het onderzoek om te weten wat je misschien mag concluderen.
Johan vd Kooij stelt heel terecht dat je ook inzicht in de andere kant van de medaille moet hebben voordat je iets kunt roepen over waarde van "BI".

Ik blijf ondanks vele goede alternatieven, hangen aan de definitie "Bedrijfs Inzicht" voor de afko BI. Het is in mijn beleving dus een resultaat, een eindproduct. Ik kan dan ook de zin uit het artikel: "Er zijn helaas te veel organisaties die het doen voorkomen dat BI onmiddellijk bijdraagt aan betere beslissingen en prestaties" (...) tegen de achtergrond van mijn definitie niet plaatsen.

Ik lees daar dan dat 'bedrijfsinzicht' volgens het onderzoek niet bijdraagt aan betere beslissingen en prestaties.

Ik moet uiteraard accepteren dat BI ook de naam is voor softwareproducten (standaard en maatwerk) en dat het gebruik van die software niet altijd leidt tot de door het 'BI' project voorgestelde voordeel in de Business Case. Tja, als dat nieuws is, dan heb ik nog een kop: 'IT branche heeft moeite met binnen tijd en geld afkrijgen van projecten'. Of: 'IT branche nog lang niet volwassen'."

Bill Inmon's nachtmerrie

Deze overdenking begon met de vraag: "Hoe moeten we omgaan met steeds meer operationele data in het datawarehouse?". Hij groeide echter uit tot een wat bredere bespiegeling. Dat tegen de achtergrond van de strijd van Bill Inmon voor een correct gebruik van de term "data warehouse".

Neem bijvoorbeeld een dimensionele statusdatabase met historie, is dat een ODS? Een database? Of mag het toch, omdat het een samenstel van facts en dimensies is, een datawarehouse heten?

Bill Inmon komt in zijn stukje op het B-Eye network (http://www.b-eye-network.com/view/9020) enigszins machteloos over als hij zijn geesteskind 'data warehouse' vergelijkt met Action Datawarehouse, een naam van een product van een real-time data-integratiesysteem dat vooral operationele informatie produceert. Al werden er alleen regels aan het systeem toegevoegd en geladen in informatiesterren van feiten en dimensies, misschien is dit wel zo, toch vindt Bill dat het geen data warehouse mag heten. Omdat er 24/7 beschikbaarheid is, de data vrijwel real-time beschikbaar wordt gesteld en het soort vragen dat met dit systeem worden beantwoord niet strategisch van aard zijn maar zeer 'clerical' van karakter. Bill heeft natuurlijk als geen ander het recht om dit geen data warehouse te vinden.

Ik trek me dat wel aan. Vanuit het standpunt gezien van de vader van het data warehouse, die een patentaanvraag op de naam data warehouse niet gehonoreerd zag worden, is het volledig tegen de definitie van het data warehouse: "een onderwerpgeörienteerde, geïntegreerde, tijdsafhankelijke gegevensverzameling met als doel het maken van management informatie." En dat is een definitie waar we natuurlijk allemaal mee opgegroeid zijn.

Aan de andere kant, Bill Inmon zou het inzicht kunnen hebben dat de wereld niet stil staat en er in een levendige wereld als die van de informatieproductie vooral ook leveranciers gebruik willen maken van de term. Wat is er ook op tegen? Als het woord letterlijk genomen wordt: 'gegevenspakhuis' klopt de benaming. Daar mag volgens mij geen bezwaar tegen gemaakt worden. De wereld veranderd snel, de informatiebehoefte ook en de bij het data warehouse team verzamelde kennis, gegevens, meta-informatie en ervaring is een perfecte plek om ook andere informatievraagstukken neer te leggen.

Bij die teams lopen de meningen ook uiteen. Er zijn puristen die zeggen: "Wij doen alleen aan management informatie", geen levering van gegevens op detailniveau. Aan de andere kant van het spectrum zijn er mensen zoals Ron Tolido van Cap Gemini die een "Infostructure" zien verschijnen uit de IT domeinen waaruit 'de business' haar informatie op allerlei niveau's hapklaar kan consumeren. De waarheid zal voor een ieder ergens op deze schaal liggen en moet voor wat betreft architectuur, management en groeipad wel voor iedereen duidelijk zijn.

Zet daarbij de ontwikkelingen van het vinden van de single point of truth (of liever single point of definition) niet ín het datawarehouse maar in de Master Data, waar het dwh dan weer op kan aansluiten, dan heb je een aardige mix van mogelijke (bottom-up) initiatieven die elkaar kunnen gaan overlappen of mogelijk niet aansluiten.

De vraag is dus niet alleen hoe we moeten omgaan met veranderend karakter van de data in het datawarehouse maar wat moeten we allemaal doen op datagebied in een scope die organisatie-overstijgend is, om een eenduidig informatieproduct op alle niveau's te kunnen borgen.

Dat deze vraag breed leeft, blijkt uit de enorm toegenomen vraag om hulp bij het realiseren van meer grip en regie bij grote organisaties. Deze vraag is vaak voor een groot deel te beantwoorden door inrichting van pro-actief informatie- en datamanagement en de bijbehorende governance. Een grote verschuiving van aandacht naar het "datadomein" waar een nieuw informatielandschap uit ontstaat. Ik vind dat we Bill Inmon een plezier moeten doen en moeten zorgen dat het onderdeel van het informatielandschap (Infostructure?) dat zo kan ontstaan, het onderdeel dat zorgt voor de managementinformatie die is gemaakt uit de onderwerpgeörienteerde, geïntegreerde, tijdsafhankelijke gegevens, een label "Datawarehouse" krijgt!

Deze post is een herplaatsing van de column in Computable van december 2008.
Ik ben benieuwd naar jullie mening.

dinsdag 18 november 2008

De waarde van de Bussiness Case bij DQ projecten.

De waarde van de Bussiness Case (BC) bij DQ projecten.




Een degelijk aangepakt traject voor datakwaliteit verbetering omvat verandering van de manier van denken over de rollen van de aspecten tijd, geld en kwaliteit.

Een business case, tenminste, de bc's die ik gezien heb worden over het algemeen beoordeeld op de financiële paragraaf. Het lijkt er op dat management akkoord gaat met de investering voor een project wanneer er een financiële plus uit de bc komt, het liefst op korte termijn. Dat is de praktijk.


Uitzonderingen zijn die bc's, die gebaseerd zijn op louter wettelijke grond (compliance). Voorbeeld: de wet schrijft voor dat we op een transparante, kwalitatief hoogstaande manier rapporteren. Er zijn dan weinig managers die projecten met dat doel zullen (durven) tegenhouden. De effectieve scope van een bc is te beperkt, of de perceptie van de scope is een beperkte, en daarom voldoet een 'traditionele' bc niet als middel om datakwaliteit aan te pakken. Je zou nog kunnen discussiëren over de bc als onderdeel van een argument voor de beslissing, maar dat instrument is inmiddels zo bekend dat het risico dat er alleen naar de financiële paragraaf van de bc gekeken wordt te groot is.


Het niveau waarop in principe over inrichten van een dq omgeving gedacht moet worden is het CxO niveau. Vaak mensen met voldoende macht, kennis, ervaring en vooral autonomie dat er aan dit soort beslissingen nauwelijks een business case te pas komt. Een reden te meer om alternatieven te zoeken. Ik ben vóór het maken van een financiële afweging, maar een die op langere termijn kijkt en ook aspecten bedrijfsrisico, sociaal, omgeving (milieu) en voordelen als plezier meeneemt. Het financiele kostenaspect is dus maar een deel van de vergelijking.


Het is een goed idee om datakwaliteit onderdeel van risicomanagement en performancemanagement te maken. Over (onder meer) de combinatie van (C)RM en (C)PM heeft Frank Buijtendijk een uitstekend boek geschreven: Performance Leadership (The Next Practices to Motivate Your People, Align Stakeholders and Lead Your Industry).

maandag 20 oktober 2008

De kansen van Open Source BI (OSBI) en commerciële Open Source BI (COSBI)

De reacties die mij bij het horen van de term Open Source BI tools overkwamen waren, op wat afwijzing en "niet serieus nemen" na, minimaal. Met andere woorden, er werd zo weinig over gesproken bij klanten en in publicaties dat het vrijwel geen rol leek te spelen en het genegeerd werd.

"Onbekend maakt onbemind" is een toepasselijk gezegde hierbij. Negeren is een goede houding totdat het op struisvogelpolitiek gaat lijken. Er komt een moment dat het niet meer te negeren is en we ons er een gefundeerde mening over moeten vormen.

Stel je eens voor dat organisaties snel uitstekende, gratis beschikbare rapportage, data-integratie en OLAP tools kunnen downloaden, waar ook ter wereld, hun data organiseren en rapportage en OLAP ontwikkelen en vervolgens als het in productie gaat een contract afsluiten voor ondersteuning...

Toekomstmuziek? Nee zeker niet, het gebeurt vandaag. Het gebeurt ook steeds meer. Dat dankzij open source producten als Linux, Apache, JBoss, Perl, Python, Ruby, MySQL, PostgreSQL, die al breed zijn geaccepteerd.
Er zijn ook al een behoorlijk aantaal merken op de markt. Deze bedrijven brengen hun producten aan de hand van het, door kenners 'disruptive' business model genoemd, (commercial) open source ((C)OSBI) op de markt.

COSBI is een business model waarbij een jaarlijks of periodiek bedrag in rekening wordt gebracht voor onderhoud en ondersteuning, meestal een bedrag dat niet hoger is dan de jaarlijkse licentie- en onderhoudskosten van een commercieel product. Men hoeft dus geen grote bedragen vooraf op tafel te leggen om überhaupt met de software te mogen werken. Sterker nog, men kan er eerst mee gaan bouwen, testen en uitproberen en als dan na een implementatietraject de zaak in productie gaat kan het contract afgesloten worden.

Een korte zoektocht brengt de volgende namen in beeld:

  • Talend (Nu ook met OS Dataquality & Profiling, deze van oorsprong Franse onderneming is al een aantal jaar bezig)
  • Pentaho (Complete suite, grote Amerikaanse onderneming, gebruiken ook het COSBI model)
  • Actuate (Amerikaans, alweer toe aan versie 10, doen datamanagement en bi)
  • Jaspersoft (Samen met Pentaho een van de eerste en meest succesvolle bedrijven die een COSBI model aanhangen)
  • Ingres (samenwerking met Pentaho)
  • MarvelIt

De mensen achter deze organisaties weten meestal ook wel waar ze het over hebben. Bij Pentaho bijvoorbeeld hebben een aantal BI veteranen van Cognos, Hyperion, IBM, Lawson, Oracle en SAS de koppen bij elkaar gestoken en een complete BI suite gemaakt met rapportage, OLAP analyse, datamining, dashboards en workflow management. Data integratie is ook aanwezig en doet niet onder voor veel van de commerciële software. Pentaho verdient de yankeedollar met support (contracten), training en consulting services.

Om op de functionaliteiten en mogelijkheden in te gaan, het doet zoals gesteld niet onder voor veel van de commerciële partijen, daarbij komt het voordeel dat het open source karakter met zich mee brengt dat de gebruiker automatisch onderdeel van de community is en nadrukkelijk uitgenodigd wordt om mee te denken en ontwikkelen aan de producten.

Waarom zetten organisaties dit in? Volgens analisten:

  • kosten en eenvoud;
  • flexibiliteit en vrijheid;
  • services;
  • focus op Operational BI.

Kosten:
Traditioneel: minimum investering van €50,000 tot meer dan €100,000 (dat is 'low end software') voor software licenties.

Bij OS: €0. Alleen een jaarlijks bedrag. Veel klanten die nu tegen de hoge kosten opkijken voor bijvoorbeeld datakwaliteits tools en die kosten er nooit uit denken te halen zien nu een hele business case. Zodra het bij meer mensen bekend wordt, dat gaat nu eenmaal met kleine marketingbudgetten niet zo snel, zal het een behoorlijk grote vlucht gaan nemen. Ook midden- en kleinbedrijf zien deze tools binnen handbereik komen.


Flexibiliteit en vrijheid:
Door service oriented pakketsoftware te downloaden voor alleen die functionaliteit die gewenst is en ook werkelijk gebruikt gaat worden kan klein worden begonnen en zonodig naar wens worden opgeschaald naar meer functionaliteit. Men is niet gebonden aan de grillen van een commerciële pakket leverancier.


Services:
De OS BI bedrijven komen op een moment dat services oriented architecture gemeengoed aan het worden is in de pakketsoftwaremarkt en bieden hun software dus ook aan als SOA pakketsoftware. Volgens de eerder genoemde analisten is dat de toekomst.


Focus op Operational BI:
Wat voor het 'services' argument geldt, geldt ook voor het focus argument, er is op dit moment veel aandacht voor en behoefte aan meer operationele bi ondersteuning door de bi tools. De traditionele leveranciers leggen het enigszins af tegen de nieuwe, gespecialiseerde ondernemingen, die daar op focussen. En zeker diegenen die het OS business model aanhangen.


Aan de risico kant staat altijd 'continuïteit' als belangrijk punt. Door het open source karakter, je hebt immers inzage in de sources van het product, wordt dat risico sterk verminderd. Indien nodig kunnen anderen dan de originele ontwikkelaars van het tool aanpassingen doen.


OSBI en COSBI zullen volgens mij snel bekende begrippen worden en veel klanten en gebruikers zullen er met grote belangstelling naar kijken. Door de laagdrempeligheid en vele mogelijkheden zullen velen het ook gaan proberen. De vraag is weer niet óf open source bi aan zal gaan slaan, maar wanneer.
Ik verwacht wel dat op deze markt ook snel enige consolidatie zal plaatsvinden. Ingres is al een stevige samenwerking met Pentaho aangegaan en wellicht komen er meer en hechtere allianties uit deze groep. De winst die gemaakt wordt door deze ondernemingen wordt immers gemaakt op basis van veel lagere kosten dan bij een traditionele software leverancier.


Belangrijkste bronnen: Open Source BI as Disruptive Technology (

http://www.dmreview.com/issues/20070501/1082548-1.html) en

The Open Source BI Trend Will Grow - Here's Why Rick Mortensen (ff googlen)

Frank Harland

vrijdag 25 april 2008

Verschil tussen BI en BI op Computable Seminar

Amsterdam Donderdag 24 april - In het Willem de Zwijgerpakhuis vond donderdag het Computable BI Seminar plaats. Het kreeg de titel 'Wat kan ik met BI in onze organisatie'. Aansprekend waren de praktijkvoorbeelden van mensen die BI trajecten doorlopen hebben, omdat zij doen wat het woord zegt: 'beelden voor' wat het voor de organistatie van de spreker betekent. Zo kan de toehoorder zich dat voor zijn situatie voor zich zien. Die praktijkvoorbeelden gaan vaak over hoe men er in is geslaagd om in de organisatie allerlei problemen te overwinnen om tot een succesvolle implementatie van een BI systeem te komen. Die problemen hebben alles met de implementatie en de organisatie te maken en als ik de sprekers mag geloven, bijzonder weinig met de software die gebruikt is om de technische invulling van de informatievoorziening te regelen.

In schril (als in nagels op het schoolbord) contrast staan de presentaties van leveranciers. De leverancier stapt in zijn presentatie voor het gemak maar even over de zaken die voor de business gebruiker belangrijk zijn heen en legt de nadruk op de dingen die je met de software zou kunnen doen. Dat is op zich logisch, dat is hun gebied. De mensen die in de praktijk de implementatietrajecten doen, ik noem ze maar even BI gebruikers, zijn bezig met het regelen van de ondersteuning van hun processen en hun besluitvorming (is ook een proces), terwijl de leverancier zover gaat dat hij de software zelfs besluiten laat nemen.

Nu zal er in sommige gevallen behoefte zijn aan automatisering van beslissingen, bijvoorbeeld om snel te kunnen beoordelen of een creditcardtransactie frauduleus is of niet, maar in de meeste situaties is er iemand van vlees en bloed (en zenuwen en ongeduld) in een organisatie die een 'vraag' heeft en daar een antwoord op wil. Vragen zoals "waarom gaan er opeens zoveel klanten naar de concurrent?" of 'hoe wordt mijn product gewaardeerd in de markt ten opzichte van de producten van mijn concurrenten?'. Andere leuke vragen zijn 'wat is de kans dat mijn product in de toekomst succesvol is?' en "hoeveel voorraad moet ik de komende maanden voor product x op de schappen leggen om optimaal kosteneffectief maar toch maximaal te kunnen verkopen?".

Als het klopt wat een van de sprekers vertelde, dat aan de basis van alle beslissingen 20% informatie ten grondslag ligt en 80% ervaring, vaardigheden en attitude en dat voor die 20% informatie de inspanningsverdeling ongeveer 50/50 is tussen Business en IT en dat van die 50% IT ongeveer 70% architectuur, analyse, ontwerp, test, communicatie en implementatie is dan blijft er ongeveer 30%x50%x20% over voor software. Dat is 3%. De presentatie van een van de BI platform softwareleveranciers gaf het gevoel dat wanneer we maar voldoende van de beslissingen mee automatiseren die verhouding op 70% software en 30% wat anders ligt.

Een groot verschil dus. Wat we hier natuurlijk zien is het verschil in perceptie van wat BI is. Voor de leverancier van BI softwareplatforms is het een pakket waarmee je informatie kunt maken. Voor hun (potentiële) klanten is het een in te richten (of inmiddels ingericht) proces waaruit uiteindelijk beslissingsondersteuning, management- en procesinformatie en inzicht in de bedrijfsvoering komt.

Zolang we voor zowel het product BI als het proces BI dezelfde term blijven gebruiken zal dit verschil blijven bestaan.

dinsdag 22 april 2008

Organische innovatie

Waarin Frank de natuur en haar lieve moer er bij haalt om innovatie in perspectief te plaatsen.

De poolvos valt niet op omdat de vachtkleur varieert. In de zomer is het dier meestal grijsachtig bruin, in de winter wit. Het is een techniek die de natuur blijkbaar vaker gebruikt. Een aanpassing aan de omstandigheden om de kans op overleven van de groep groter te maken, Charles Darwin heeft ons daar reeds in 1859 op geattendeerd.

Kameleons doen iets soortgelijks, zij passen hun kleur razendsnel aan aan de omgeving om niet op te vallen voor hun voedsel en natuurlijke vijanden dan wel om juist dreigend over te komen naar hun natuurlijke vijanden.

Er zijn in de natuur talloze voorbeelden te vinden van organismen die zich aanpassen, anders voordoen dan ze zijn of onverwacht gedrag vertonen waarvan je kan zeggen dat het dynamisch is en behoorlijk 'out-of-the-box'. Een voorbeeld nog, sommige planten scheiden in reactie op aanvallen door rupsen een geurstof af waar sluipwespen gevoelig voor zijn. Zo vraagt de plant hulp aan de sluipwesp om die vreetgrage rupsen te bestrijden. Hoe is die plant zonder uitgebreid research er ooit achter gekomen welk luchtje die sluipwespen lekker vinden? Voor die plant is het natuurlijk, voor ons komt het over als innovatie omdat we er beetje bij beetje van leren.

Waarom zou dat niet voor onszelf ook gelden? We zoeken naar manieren om te vernieuwen, verbeteren en anders tegen de dingen aan te kijken en we noemen dat innoveren. We willen dynamisch zijn en ons aanpassen aan de marktomstandigheden wanneer we een bedrijf zijn. En wat willen we graag klanten op ons attent maken door 'thought leader'-tje te spelen, kosten noch moeite worden hier gespaard.

Zijn we met die innovatie niet op zoek naar iets wat er al is maar wat we (nog) niet zien? Dat is dan vaak een combinatie- of een nieuwe samenstelling van reeds bekende zaken. Vertaald naar de moderne Web 2.0 Wereld betekent dat bijvoorbeeld de Mash-up. Iets nieuws maken door twee bestaande dingen te combineren. En je hoeft maar te kijken hoe het grootste deel van 'uitvindingen' gedaan worden, meestal per ongeluk. Dat, of omdat er een foutje gemaakt wordt in een onderzoek waardoor er schijnbaar nieuwe informatie opduikt. Ik refereer aan de 'uitvinding' van het haargroeibevorderende effect van een medicijn tegen hoge bloeddruk, verder de uitvinding van het buskruit, de transistor, CocaCola, vlakgum en de magnetron. Google verder op "per ongeluk uitgevonden" voor 140 pagina's in het nederlands of op "unintended invention" voor duizenden hits.

Of zijn we echt in staat nieuwe dingen te creëren. "Intended inventions" creëren? Wannneer we onze organisatie eens als een organisme zien, welke eigenschappen hebben we dan nodig om a. zelf als individu te overleven en b. verbeteringen aan te brengen zodat we als soort meer kans hebben om te overleven dan wel te groeien. Bij mij, ik ben nu toch even aan het woord, komen termen op als nieuwsgierigheid, durf, uitstekende zintuigen, incasseringsvermogen, mogelijkheid tot snel bewegen en splitsen en, net als de kameleon, het vermogen hebben om schijnbaar te veranderen.

Wanneer je van buitenaf naar een dergelijk organisme kijkt dat deze eigenschappen daadwerkelijk heeft, kun je dus getuige zijn van een onderzoekend gedrag (nieuwsgierigheid), beweeglijkheid en eventueel afsplitsing van delen en ziet, voelt en ruikt het dingen eerder dan jij. Verder vangt het zonder zichtbare problemen klappen op en kan het veranderen van verschijningsvorm waardoor het concurrenten kan misleiden. Durf is moeilijk te zien omdat het erg afhankelijk is van het referentiekader van de kijker.

Wanneer je onderdeel bent van het organisme en je er van binnenuit naar kijkt, zie je een (licht) groeiende en krimpende omgeving die steeds in beweging is in wisselende richtingen en met wisselende snelheden. Je ziet de gevaren van ver af aankomen en als je er een niet kunt ontwijken krijg je weliswaar een opdonder maar je herstelt snel, splitst eventueel een deel af en past je aan aan de nieuwe omstandigheden. Als het goed is zit er iemand aan de knoppen om het organisme de gewenste kant op te sturen. Deze bestuurder heeft dashboards tot zijn (haar???) beschikking. Op die dashboards staat informatie over hoe het in het verleden is gegaan en wat de gevolgen van de veranderende buitenwereld op ons organisme waren. Er is informatie over hoe de omstandigheden nú zijn én we kunnen zoals gezegd een stukje in de toekomst kijken door onze uitstekende zintuigen en ons vermogen om voorspellende analyses te doen.

We voelen ons thuis binnen dit organisme, het voelt aan alsof het lef heeft en er iets gebeurt. Wat kunnen of willen wij nog meer?

Wanneer er zich nieuwe gevaren voordoen die moeilijk te voorzien waren, zoals bijvoorbeeld een stijgende waterspiegel, zodat we gedwongen zijn te leren zwemmen of te vliegen duurt het doorgaans erg lang voordat we in staat zijn om daarop te reageren. In het water gedompeld ziet het organisme er tamelijk hulpeloos uit. Misschien is het in staat een afsplitsing omhoog te gooien in de hoop dat het door de wind meegevoerd wordt naar droger oorden. Hadden we hier nou van te voren rekening mee moeten houden en zwem- of vliegles moeten nemen? Is dat dan innovatie?

Hier treffen we de paradox aan, om dit gevaar te kunnen zien zouden we ver buiten onszelf moeten treden. Dat is erg moeilijk omdat we, als we dat proberen de zintuigen missen om de omgeving waar te nemen. We kunnen alleen extrapoleren wat we binnen onze waarnemingsgrenzen aantreffen. Dat noemen we innovatie. Een van de definities van innovatie is ook "verandering van binnenuit". De toevoeging van binnenuit is wat mij betreft dan ook een overbodige, dit soort verandering kan alleen van binnenuit.

Lessen:
  • We zien er zowel voor onze voedings/inkomsten bron als onze concurrenten hetzelfde uit.
  • Innovatie en verandering zien er van binnen heel anders uit dan van buitenaf beschouwd.
  • Innovatie en verandering is een evolutionair proces, heel zelden revolutionair. Meestal gaat verandering heel langzaam, soms met een schok. Niet alle innovatie is een verbetering.
  • Innovatie is ontdekken wat er al was maar we nog niet zagen.

woensdag 19 maart 2008

Marginaliseren nieuwe technologiën de rol van IT?

In een artikel, naar aanleiding van een Gartner analyse, op B-Eye-Network wordt geschreven over de rol van IT bij de totstandkoming van BI applicaties.

Gartner's Research Director Kurt Schlegel stelt dat er 5 factoren zijn waardoor het voor 'business' gebruikers makkelijker wordt om zelf rapporten en analytische applicaties in elkaar te zetten. Daardoor zal de rol van IT in 4 jaar sterk verminderen. Deze zijn: interactieve visualisatie, in-memory analyses, integratie zoekmachines en BI, Software as a Service (SaaS/BIaaS) en service-oriented architecture (SOA). Door de combinatie van deze ontwikkelingen zullen bijdragen tot brede adoptie van BI en de nu 15-20% gebruik door business gebruikers sterk gaan verhogen.

BI teams moeten zich, volgens meneer Schlegel bewust zijn van deze ontwikkeling en leren hoe deze 5 factoren kunnen worden uitgenut om gebruik van BI op te voeren waarbij de bestaande BI architectuur en standaarden in stand gehouden worden. Het artikel gaat dan verder in op de 5 genoemde factoren. De meest opvallende van zijn statements zijn dat een grote aanjager van deze ontwikkeling komt uit het feit dat het eenvoudiger en leuker (!) wordt, om met een visueel tool de brokken informatie zelf samen te stellen uit de beschikbare brondata of datawarehouse. Hij stelt dat een "performance layer" zoals bijvoorbeeld een datamart niet langer noodzakelijk is omdat hardware, door 64 bit techniek en grote hoeveelheden beschikbaar geheugen (RAM) dat overbodig zouden maken. Een stuk minder werk voor IT dus.

Het geïntegreerd zoeken met BI heeft twee kanten. Enerzijds het sneller kunnen vinden van de juiste rapporten en anderzijds het gebruiken van zoekmachines op, in rijen en kolommen gestructureerde en door de zoekmachine geïndexeerde gegevens, geeft toch toegang tot gegevens, ook wanneer er geen rapport voor bestaat.

Kleinere organisaties die geen budget vrij kunnen maken voor de doorgaans hoge investeringen voor ontwikkeling van datawarehouse- en BI applicaties, zullen meer en meer naar Sofware as a Service oplossingen kijken voor hun informatie vraagstukken. Dit geldt ook voor bedrijven die die voorinvesteringen niet wíllen maken. De trend daarbij is geïnintieerd door de opkomende web analytics die voor marketing op eenvoudige wijze klantgedrag zichtbaar kan maken. Verder wordt die trend aangewakkerd door andere trends als business process outsourcing, "cloud computing" (functionaliteit en data op het web) en toenemende virtualisatie.

Als laatste zorgen SOA en de beweging richting modelgedreven architectuur, gebaseerd op visueel gestuurde (drag & drop) ontwikkeling voor een veel eenvoudiger te ontwikkelen BI applicatie. Dit zorgt aan de ene kant voor een brede adoptie van BI maar het risico hierbij is dat er voor iedere te bedenken vraag van een business gebruiker een applicatie in elkaar geklikt wordt, en dat kan weer tot beheerproblemen leiden. Alles aldus de heer Kurt Schlegel van Gartner.

Het is een redelijk reëel 4 jarig scenario wat Gartner ons voorhoudt, vooral omdat Gartner doorgaans goed rekening houdt met de factor mens en de daaraan gekoppelde zwakheden. Of dat echt tot een 'marginalisering' zal leiden betwijfel ik, de rol van de IT zal wel kleiner worden.

BI professionals moeten dus vooral doorgaan met het inrichten van Business Intelligence Competency Centers (BICC). En binnen die organisatiestructuur voor zorgen dat de 'business' op de hoogte blijft van alle nieuwe ontwikkelingen en daarmee beheerd en beheerst om leert gaan.